Skip to content
Ilse van Dijk
Ilse van Dijk

  • Home
  • Over mij
Contact
Ilse van Dijk

Dertig jaar later: hoe genocideontkenning de Bosnische politiek blijft vormen

27 januari 202617 februari 2026

Het land loopt vast in het EU-toetredingsproces en bijna de helft van jongeren overweegt te vertrekken vanwege hoge werkloosheid. Het afzetten van president Milorad Dodik lijkt een crisis te hebben afgewend, maar zijn nationalistische retoriek blijft de Bosnische politiek domineren. Het land staat op een kruispunt: de strijd om de toekomst van Bosnië en Herzegovina is nog lang niet gewonnen.

Bosnisch-Servische troepen naderen op 11 juli 1995 in rap tempo de veilige enclave Srebrenica, waar zich op dat moment meer dan veertigduizend vluchtelingen bevinden. Het Nederlandse Dutchbat, dat door de Verenigde Naties werd uitgezonden om de enclave te beschermen, laat wegens gebrek aan ruimte slechts vijfduizend van hen toevlucht zoeken op hun basis. Uit wanhoop beginnen ongeveer vijftienduizend mannen aan een tocht van ruim honderd kilometer richting Tuzla. De stad is in handen van het Bosnische leger, dat grotendeels bestaat uit Bosniakken, een Bosnisch-islamitische bevolkingsgroep. In de dagen die volgen vermoordt het Bosnisch-Servische leger meer dan achtduizend van hen in massa-executies. Het is de eerste genocide sinds de Tweede Wereldoorlog in Europa.

Een genocide is niet enkel een massamoord, maar vindt volgens Gregory Stanton, oprichter van de organisatie Genocide Watch, in fases plaats. Het begint met het opdelen van een bevolking en deze verdeling zichtbaar maken.  Zo moesten alle niet-Servische inwoners in de gemeente Prijedor witte lakens aan hun huizen hangen. Daarna worden rechten ingeperkt en wordt de groep waar het geweld tegen wordt gepleegd ontmenselijkt en als ziekte beschouwt.  Ondertussen wordt er georganiseerd, Bosnisch-Servische militaire leiders verwijderen niet-Servische soldaten in hoge posities. Propaganda wordt ingezet om polarisatie te vergroten, gematigde stemmen worden monddood gemaakt.

De genocide wordt voorbereid: namenlijsten worden opgesteld en middelen voor massagraven geregeld. De ‘vijand’ zit inmiddels geïsoleerd en de eerste moorden worden gepleegd, deels om de reactie van de internationale gemeenschap te peilen. Vervolgens gaan de massamoorden van start: de groep wordt systematisch vernietigd. Daarna volgen de laatste twee fases: ontkenning en verheerlijking. Deze fases spelen dertig jaar na de gebeurtenissen in Srebrenica nog altijd een grote rol in de Bosnische samenleving.

Het einde van Joegoslavië
Joegoslavië staat aan het begin van de jaren negentig op wankelen. Serviërs domineren de regeringen van Servië en de provincies Kosovo en Vojvodina en rekenen op de steun van Montenegro. Andere deelrepublieken vrezen voor de macht van de Serviërs, en Slovenië en Kroatië verklaren zich in 1991 onafhankelijk. Gevechten met het Joegoslavische Volksleger volgen. Na een tien dagen durende oorlog wordt met Slovenië een overeenkomst gesloten. In Kroatië duurt de oorlog nog vier jaar.

In hetzelfde jaar houdt Bosnië en Herzegovina een referendum. Bosnische Serviërs willen onderdeel blijven van Joegoslavië, Kroaten en Bosniakken niet. Er breekt een oorlog uit tussen Bosnisch-Servische troepen, ondersteund door het Joegoslavische Volksleger, en een samenwerking van Bosniakken en Kroaten. Deze valt later uiteen. Bosnisch-Servische troepen nemen bijna zeventig procent van het land in, richten concentratie kampen op en proberen het land etnisch te zuiveren. De Verenigde Naties roepen zes veilige enclaves uit, bemand door lichtbewapende troepen. Ruim twee jaar later valt Srebrenica.

De oorlog in Bosnië is na de genocide in Srebrenica niet ten einde. Een succesvol gezamenlijk offensief van het Kroatische en het Bosnische leger brengt Banja Luka, de hoofdstad van het Bosnisch-Servische territorium, in gevaar en dwingt de Bosnische-Servische leiding om onderhandelingen van start te laten gaan. Op 21 november 1995 wordt er in het Amerikaanse stadje Dayton een overeenkomst bereikt tussen Bosnië en Herzegovina, Kroatië en Joegoslavië; tegenwoordig Servië en Montenegro.

Volgens de Dayton-akkoorden wordt Bosnië en Herzegovina opgedeeld in de Servische Republiek (Republika Srpska) en een federatie van Bosniakken en Kroaten. Beide entiteiten hebben een eigen regering, met enkele zaken georganiseerd op nationaal niveau. De akkoorden stellen ook een hoge vertegenwoordiger aan, die toezicht houdt op de Bosnische politiek en kan ingrijpen wanneer afspraken worden geschonden.

Een onverwerkt verleden

Na afloop van het conflict, werd een groot aantal verantwoordelijken berecht in het Joegoslaviëtribunaal. Oorlogsmisdadigers die na het uitzitten van hun straf terugkeerden naar Bosnië of Servië, werden met open armen ontvangen. Zo werd in 2013 één van de veroordeelde politieke leiders tijdens het conflict, Momčilo Krajišnik, als held onthaalt door zijn aanhangers. Hij vloog met een regeringshelikopter naar Pale, waar de Bosnisch-Servische leiding tijdens de oorlog huishield. Een menigte van enkele duizenden Bosnische-Serviërs zong Servische nationalistische liederen en zwaaide met Servische vlaggen.

Volgens de Bosnische onderzoeksjournalist Enes Hodžić is er sprake van een onverwerkt verleden. “We zetten geen goede stappen om afstand te nemen van de gevolgen van de oorlog, omdat we het niet onder ogen hebben gezien. We zien nog steeds dat er veel ontkenning is van oorlogsmisdaden en vooral van de genocide in Srebrenica, ook al zijn er talloze vonnissen waarin wordt gesteld dat er genocide heeft plaatsgevonden,” legt hij uit.

Dagen van historisch belang voor Republika Srpska worden publiekelijk gevierd, zoals de controversiële Onafhankelijkheidsdag op 9 januari. “In het Servische gedeelte van Bosnië wordt elk jaar nog gevierd dat er aan het begin van de Bosnische oorlog, de Servische republiek is uitgeroepen. Op die viering die daar plaatsvindt, zie je militaire marsen en veel incidenten. Mensen die in dat gebied wonen maar niet Bosnisch-Serviër zijn, voelen zich vaak niet veilig rond die datum,” vertelt Wouter Zweers, onderzoeker bij Clingendaels EU & Global Affairs Unit. Ook dit jaar werd er meerdere dagen feestgevierd met een parade die werd bijgewoond door meer dan tweeduizend mensen en de opening van een ziekenhuis.

De parade werd bijgewoond door bewapende Bosnische-Servische troepen. – Foto: BIRN/Ljupko Miseljic.

In 2022 leidde de viering tot een reeks incidenten. Tijdens fakkeloptochten werd de naam van oorlogsmisdadiger en voormalig Bosnisch-Servische generaal Ratko Mladić geroepen. Ook zongen ze nationalistische liederen waarbij wordt opgeroepen tot de verovering van verschillende plekken in het voormalige Joegoslavië. Tijdens het gebed werden er naast een moskee schoten gelost in de lucht vanuit een langsrijdende auto.

Het spelen van de etnische kaart

Zweers ziet dat etnische spanningen die door incidenten zoals deze worden veroorzaakt, worden ingezet voor politieke doeleinden. “Ondanks de Dayton-akkoorden, waarvan we hebben gevierd dat het dertig jaar geleden getekend is, is er eigenlijk weinig sprake van verzoening. Etnisch gemotiveerde politiek speelt er nog altijd de boventoon,” vertelt hij. “Het is een machtsmiddel van politici. Dat betekent dat ze die etnische kaart spelen om macht te vergaren en in stand te houden.” Ook Hodžić ziet dit terug: “Politici gebruiken verdeeldheid om keer op keer verkiezingen te winnen.”

Volgens onderzoeker Niké Wentholt wordt genocideontkenning bewust ingezet als politiek instrument. “Met name politici die zich willen afscheiden van Bosnië en zich willen aansluiten bij Servië gebruiken ontkenning eigenlijk als een manier om hun nationalisme verder te onderstrepen en vorm te geven,” zegt zij. “De reden waarom dit nog steeds zo wordt gebruikt, is omdat ultranationalistisch gedachtegoed in de regio wordt onderhouden. De Servische president Vučić staat in Europa bekend als gematigd, maar hij verspreid ook dat gedachtegoed. Het wordt dus genormaliseerd en de Europese Unie grijpt ook niet in en heeft ook heel lang onderhandeld met Dodik, die de genocide ontkent.”

Historische veroordeling

Op 22 mei 2025 worden de eerste juridische stappen tegen genocideontkenning gezet. Het Bosnische Staatsgerechtshof veroordeelt Vojin Pavlović, het hoofd van de Bosnisch-Servische organisatie Eastern Alternative, tot een celstraf van tweeënhalf jaar. In 2023 plaatste Pavlović tijdens de jaarlijkse herdenking van de genocide in verschillende delen van de gemeente Bratunac posters, op slechts enkele kilometers van Srebrenica. Op de posters stond: “11 juli – Bevrijdingsdag van Srebrenica. Dank aan het leger van Republika Srpska.”

Enkele maanden daarvoor werden er posters opgehangen met een foto van Mladić, met de tekst: “Gelukkige verjaardag, leef in gezondheid”. De rechtbank stelde vast dat Bosniërs die na de oorlog naar het gebied terugkeerden, de poster van Mladić zagen en dat dit bij hen angst en een gevoel van onveiligheid opriep. Pavlović werd schuldig bevonden aan de ontkenning van de Srebrenica-genocide en verheerlijking van oorlogsmisdader Ratko Mladić. Het is de eerste veroordeling van deze aard in Bosnië. De rechter omschrijft het vonnis als een belangrijke stap voorwaarts in de aanpak van genocideontkenning.

Het ontkennen van genocide is in 2021 door hoge vertegenwoordiger Valentin Inzko verboden in het land. Het overtreden van deze wet kan leiden tot een gevangenisstraf met een duur van zes maanden tot vijf jaar. Dit besluit werd genomen uit bezorgdheid om het feit dat prominente personen en overheidsinstanties blijven ontkennen dat er genocide en oorlogsmisdaden zijn gepleegd tijdens de oorlog. Alhoewel de wet geldt voor alle groeperingen in Bosnië, is het voornamelijk gericht op de Servische entiteit in het land.

Wie is Dodik?
Milorad Dodik was tot kort de politieke leider van Republika Srpska en één van de prominente figuren waar Inzko zich zorgde om maakte. Hij werd op 26 februari 2025 veroordeeld tot één jaar gevangenisstraf voor het oproepen tot de afscheiding van Republika Srpska en het ondermijnen van het gezag van de hoge vertegenwoordiger. Hij hoeft deze straf niet uit te zitten, omdat het mogelijk is om gevangenisstraffen van maximaal een jaar af te kopen met een boete. Dodik betaalde omgerekend 19.000 euro.

Daarnaast zal hij de komende zes jaar geen politieke activiteiten uit mogen voeren. Hij weigerde het vonnis te accepteren en riep opnieuw op tot een referendum, ditmaal om zijn positie als president te behouden. Pas in augustus, acht maanden nadat hij formeel uit zijn ambt is gezet, neemt Dodik afstand van het presidentschap.


Het referendum dat hij aankondigde in een poging om zijn positie te behouden, heeft niet daadwerkelijk plaatsgevonden, vertelt Hodžić: “Al vele jaren bedreigt Dodik de gehele samenleving en de internationale gemeenschap met een referendum. Of het nou gaat om afscheiding van Republika Srpska of om het niet naleven van de Dayton-akkoorden. Ik denk dat het gewoon één van de vele dreigementen is die hij gebruikt om de internationale gemeenschap onder druk te zetten en gevaar te creëren.”

Met het afscheid van Dodik, wordt er geen afscheid genomen van zijn nationalistische retoriek. Zijn bondgenoot Siniša Karan heeft de verkiezingen met een nipte meerderheid gewonnen. “Ze wilden Dodik via een onrechtvaardig proces verwijderen; nu zijn er twee Dodiks en zullen ze elke dag met ons te maken hebben”, stelde de voormalig president. Hij genoot van de openlijke steun van Servië, Rusland en Hongarije. Rusland heeft in een statement laten weten “de vastberadenheid van Karan om het strategisch partnerschap met ons land te blijven bevorderen te delen.” De termijn van Karan zal minder dan een jaar duren, omdat de volgende verkiezingen in oktober plaats zullen vinden.

Siniša Karan en Milorad Dodik vieren de verkiezingsuitslag. Foto:@sinisa_karan /X

Simpelweg Bosniër

Toch wijzen experts zoals Zweers erop dat polarisatie niet de hele bevolking in een houdgreep heeft: “Er is nu geen reden om aan te nemen dat er binnenkort een soort burgeroorlog zou ontstaan in Bosnië. Niet alle Bosniërs van de verschillende etnische groepen staan lijnrecht tegenover elkaar. Je hebt ook genoeg mensen in Bosnië die zich simpelweg identificeren als Bosniër, zonder zich gehecht te voelen aan een etnische groep.”

Ook Hodžić benadrukt dat er geen aanleiding is om een nieuwe oorlog te verwachten: “Wanneer je een gemiddeld persoon in Bosnië en Herzegovina vraagt of hij oorlog wil voeren of iemand haat, zal hij dat ontkennen. Niemand wil oorlog. We hebben er één meegemaakt en we hebben gezien hoe verschrikkelijk dat is.”

Achtergrond

Bericht navigatie

Previous post
Next post

Ilse van Dijk

Geef een reactie Reactie annuleren

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Categorieën

  • Achtergrond
  • Crossmediaal
  • Nieuwsbericht
  • Rechtbankverslag
  • Studiereis
  • Video
©2026 Ilse van Dijk