Het gesprek over uithuisplaatsingen komt op gang met dank aan theater in de voorstelling ‘Schreeuw in de Ruimte’ 3 juni 2026 Een vrouw betreedt het podium van het Wresinski Theater in Zwolle, smekend om hulp. In haar armen heeft ze een kind gesloten. Haar naam is Eva, en in haar armen draagt ze haar kleindochter Julia. Ze heeft Julia in een boodschappentas meegenomen uit het ziekenhuis, om te voorkomen dat ze zou worden meegenomen door medewerkers van de jeugdzorg. Haar dochter wist niet dat ze zwanger was. Julia stond op het punt om weggenomen te worden, dus Eva nam haar uit wanhoop mee. Laurens Umans is regisseur voor de theatergroep Joseph Wresinski Cultuur Stichting. Samen met moeders in armoede en werkers in de jeugdzorg heeft hij Schreeuw in de Ruimte geschreven, de zevende voorstelling die de groep opvoert. Het is een voorstelling waarbij moeders vertellen over de uithuisplaatsingen van hun kinderen. “Werken aan dit project heeft heel veel boosheid, machteloosheid en verdriet losgemaakt,” vertelt Umans. Het gebeurt steeds vaker dat theater wordt gebruikt om maatschappelijke onderwerpen zoals deze bespreekbaar te maken. “Theater laat zien wat er in de samenleving speelt, het is altijd een verbeelding van de werkelijkheid,” vertelt universitair docent Theaterwetenschap Sigrid Merx. Volgens Merx wordt er op toneelscholen en -opleidingen ook steeds meer aandacht besteed aan makers die samen met én voor de maatschappij theater willen maken. Er ontstaan steeds meer afstudeerrichtingen voor studenten die zich daarin willen specialiseren. Een waargebeurd verhaal Het personage genaamd Eva wordt gespeeld door Petra Berentschot. Samen met haar man heeft ze meegemaakt dat hun kinderen uit huis werden geplaatst. “Ze wilden de kinderen meenemen uit school. We hebben ervoor gezorgd dat ze eerst naar huis kwamen, zodat we ze zelf konden vertellen wat er op het punt stond op te gebeuren. Ze werden alle vier meegenomen. Op alle hoeken van de straat stond de politie toe te kijken hoe het gebeurde.” Ook alle andere vrouwen die in de voorstelling spelen hebben te maken gehad met uithuisplaatsingen, of hebben daar op dit moment mee te maken. Het zijn hun ervaringen waar de voorstelling op is gebaseerd. Merx heeft deze nieuwe stroming binnen het theater ook opgemerkt. Niet alleen professionele acteurs staan op het podium, maar ook mensen die zelf iets hebben meegemaakt en dat delen. “Wanneer je dichtbij mensen zit die iets heel persoonlijks of kwetsbaar aan het vertellen zijn, is het moeilijk om afstand te houden zoals je gewend bent om in het dagelijks leven te doen. Het is betekenisvol om samen even dezelfde ruimte en tijd te delen en aandachtig te luisteren,” vertelt ze. “En dat kan gaan over de toeslagenaffaire, seksueel geweld of uithuisplaatsingen.” “Een voortdurende crisis in de jeugdbeschermingsketen”. Uithuisplaatsingen zoals de vrouwen in Schreeuw in de Ruimte hebben meegemaakt, zijn niet uniek. Ieder jaar worden er duizenden kinderen uit huis geplaatst, wat zowel op vrijwillig als gedwongen basis kan gebeuren. Het is al langere tijd bekend dat er dat er binnen de jeugdbescherming problemen zijn. De Inspectie Gezondheidszorg en Jeugd spreekt van “een voortdurende crisis in de jeugdbeschermingsketen”.Volgens Agnes Derksen, adviseur bij het Nederlands Jeugdinstituut, wordt er hard gewerkt aan verandering. “Er zal geen jeugdbeschermingsorganisatie zijn die zou zeggen dat alles goed verloopt. Iedereen ervaart wel dat het anders moet.” Aanleiding voor gesprekken Derksen heeft de voorstelling bijgewoond en herkent de moeders uit haar eigen praktijk. “Dit zijn de mensen waar ik mee heb gewerkt. Het verdriet in hun ogen en in hun lijven en de impact van armoede op het leven van gezinnen, werd tijdens deze voorstelling zichtbaar.” Het vormde de aanleiding voor gesprekken over armoede binnen het Nederlands Jeugdinstituut. “Armoede heeft ook een bredere impact op het gezin. Bij mensen die dit hebben meegemaakt is er sprake van ervaringskennis. Het is voor ons interessant om ook hen te spreken.” De voorstelling bereikt ook andere organisaties, vertelt regisseur Umans. “We zijn gevraagd door het UWV om een aantal voorstellingen voor hen op te voeren. Ook het ministerie van Binnenlandse Zaken en van Sociale Zaken en Werkgelegenheid hebben ons uitgenodigd. Zij wilden wel graag weten wat er aan de hand was,” zegt hij. “Er is nu een soort behoefte aan cultuurverandering. Medewerkers willen zich weg bij dat systeem denken, en terug naar de menselijke maat.” Merx ziet deze ontwikkeling als een goed teken. “De klacht vanuit de samenleving is heel vaak dat ‘die mensen daar op de ministeries’ geen idee hebben wat hun regels en wetten met mensenlevens doen. Als theater een manier kan zijn om zulke verhalen te brengen waar de plannen worden gemaakt, is dat alleen maar heel goed. En als een ministerie daarvoor open staat, vind ik dat heel erg mooi.” Als ik dromen mag De voorstelling nadert het einde. De vrouwen op het podium lijken allemaal verslagen. Een zorgverlener die eerder uit het publiek is opgestaan, vraagt: “Mag ik je helpen? Dan blijf ik bij je, zo lang als jij het wil. Als ik dromen mag, dan zou ik willen dat er meer compassie was— meer begrip.” Eén van de vrouwen op het podium haakt aan. “Als ik dromen mag, zou ik willen dat er meer mensen waren zoals jij. Minder pratende hoofden en meer respect.” Julia wordt het podium afgedragen. Ze gaat terug naar het ziekenhuis, waar de jeugdzorg zich over haar gaat ontfermen. Een lege wieg blijft achter, het publiek kijkt verslagen toe. Onder zachte muziek neemt het licht af, tot het publiek in duisternis uitbarst in applaus. Achtergrond