Voorstelling Schreeuw in de Ruimte hoopt gesprek over uithuisplaatsingen te starten 3 juni 202613 juli 2026 Uithuisplaatsingen, waarbij kinderen tijdelijk of definitief uit hun gezin worden geplaatst door de jeugdbescherming, zijn niet uniek. Ieder jaar worden er duizenden kinderen uit huis geplaatst, wat zowel op vrijwillige als gedwongen basis kan gebeuren. Een Zwolse theatergroep probeert door middel van theater aandacht te vragen voor dit onderwerp. “De klacht vanuit de samenleving is heel vaak dat ‘die mensen daar op de ministeries’ geen idee hebben wat hun regels en wetten met mensenlevens doen. Als theater een manier kan zijn om zulke verhalen te brengen waar de plannen worden gemaakt, is dat alleen maar heel goed,” vertelt universitair docent Theaterwetenschap Sigrid Merx. In het Wresinski Theater in Zwolle betreedt een vrouw genaamd Eva het podium, in haar armen draagt ze een kind. Ze klopt op een deur en een vrouw doet voorzichtig open. Ze vraagt wat ze komt doen, zo diep in de nacht. Eva begint te vertellen. Het kind in haar armen is haar kleindochter Julia. Ze heeft haar eerder die dag in een boodschappentas verstopt en meegenomen uit het ziekenhuis waar haar dochter eerder die dag was bevallen. Ze had niet geweten dat ze zwanger was. Kleindochter Julia stond op het punt om weggenomen te worden, dus ze nam haar uit wanhoop mee. Laurens Umans is regisseur voor de theatergroep Joseph Wresinski Cultuur Stichting. Samen met moeders in armoede en werkers in de jeugdzorg heeft hij Schreeuw in de Ruimte geschreven. “Werken aan dit project heeft heel veel boosheid, machteloosheid en verdriet losgemaakt,” zegt hij. Het personage Eva wordt gespeeld door Petra Berentschot, het verhaal is gebaseerd op dat van haar familie. Samen met haar man heeft ze jaren geleden meegemaakt dat hun kinderen uit huis werden geplaatst. Haar dochter kwam zelf na haar bevalling in aanraking met de jeugdzorg en heeft tien maanden in een moeder-kindhuis gewoond. “Ik speel eigenlijk mezelf in de voorstelling. Ik vertel mijn verhaal,” zegt Petra. Verbeelding van de werkelijkheid Het gebeurt steeds vaker dat theater wordt gebruikt om maatschappelijke onderwerpen bespreekbaar te maken. “Theater laat zien wat er in de samenleving speelt. Het is altijd een verbeelding van de werkelijkheid,” vertelt Merx. “Wanneer je dichtbij mensen zit die iets heel persoonlijks of kwetsbaars aan het vertellen zijn, is het moeilijk om afstand te houden zoals je gewend bent om in het dagelijks leven te doen. Het is betekenisvol om samen even dezelfde ruimte en tijd te delen en aandachtig te luisteren,” vertelt ze. “En dat kan gaan over de toeslagenaffaire, seksueel geweld of uithuisplaatsingen.” Agnes Derksen, adviseur bij het Nederlands Jeugdinstituut, herkent de moeders uit haar eigen praktijk. “Dit is met wie ik heb gewerkt. Het verdriet in hun ogen en in hun lijven en de impact van armoede op het leven van gezinnen, werd tijdens deze voorstelling zichtbaar.” Het vormde de aanleiding voor gesprekken over armoede binnen het Nederlands Jeugdinstituut. “Armoede heeft ook een bredere impact op het gezin. Bij mensen die dit hebben meegemaakt is er sprake van ervaringskennis. Het is voor ons interessant om ook hen te spreken.” De voorstellingen van het theatergezelschap trekken ook ambtenaren en docenten. Het leidt soms tot een samenwerking. Zo kwam er een ontmoeting tussen Deltion-studenten Sociaal Werk en de ervaringsdeskundigen van het Wresinski Theater. Het UWV toonde interesse in een voorstelling bij hen op locatie. “Ook het ministerie van Binnenlandse Zaken en van Sociale Zaken en Werkgelegenheid hebben ons uitgenodigd. Zij wilden wel graag weten wat er aan de hand was,” zegt regisseur Umans. “Er is nu een soort behoefte aan cultuurverandering. Medewerkers willen zich weg van dat systeem denken, en terug naar de menselijke maat.” Als ik dromen mag De voorstelling nadert het einde. De vrouwen op het podium lijken allemaal verslagen. Een zorgverlener die eerder uit het publiek is opgestaan, vraagt: “Mag ik je helpen? Dan blijf ik bij je, zo lang als jij het wil. Als ik dromen mag, dan zou ik willen dat er meer compassie was— meer begrip.” Eén van de vrouwen op het podium haakt aan. “Als ik dromen mag, zou ik willen dat er meer mensen waren zoals jij. Minder pratende hoofden en meer respect.” Eva draagt haar kleindochter het podium af. Ze gaat terug naar het ziekenhuis, waar de jeugdzorg zich over haar gaat ontfermen. Een lege wieg blijft achter, het publiek kijkt verslagen toe. Onder zachte muziek neemt het licht af, tot het publiek in duisternis uitbarst in applaus. Achtergrond